ECLI:NL:RBZUT:2010:BM6779
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- Prisse
- Van der Mei
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor medeplegen drugshandel
Op 9 februari 2010 werd een vrachtwagen gecontroleerd waarbij aanzienlijke hoeveelheden cocaïne, hennep en hasjiesj werden aangetroffen. Verdachte was betrokken bij het vervoer en de overdracht van deze drugs, alsmede in contact met medeorganisatoren. De rechtbank oordeelde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zij deelnam aan het buiten het grondgebied brengen van verdovende middelen.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts een vermoeden had en geen nauwe bewuste samenwerking, en dat verklaringen van medeverdachten ongeloofwaardig waren. De rechtbank verwierp deze verweren, gelet op de verklaringen, gedragingen en het feit dat verdachte niet heeft gedistantieerd van de drugshandel.
Ten aanzien van het tenlastegelegde handelen in valse merkkleding sprak de rechtbank verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs. Gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de zorg voor een gehandicapte zoon, legde de rechtbank een werkstraf van 200 uur op, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 200 uur werkstraf, 100 dagen vervangende hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.