ECLI:NL:RBZUT:2010:BM8245
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingseis na aanvaarding Dexia Aanbod en effectenleaseovereenkomst
De zaak betreft een vordering van Varde Investments (Ireland) Limited tegen gedaagde inzake een effectenleaseovereenkomst met Dexia en de aanvaarding van het Dexia Aanbod. Gedaagde sloot in 2001 een effectenleaseovereenkomst met een rechtsvoorganger van Dexia en ondertekende in 2003 het Dexia Aanbod, een vaststellingsovereenkomst.
Varde stelt dat de vordering voortvloeit uit cessie van Dexia's rechten en dat gedaagde gehouden is tot betaling van de hoofdsom, rente en buitengerechtelijke kosten. Gedaagde betwist de vordering en voert onder meer aan dat de aanbodovereenkomst nietig of vernietigbaar is wegens gebreken, dat de effectenleaseovereenkomst tussentijds is geëindigd en dat de buitengerechtelijke kosten niet toewijsbaar zijn.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde onvoldoende onderbouwing biedt voor zijn stellingen over tussentijdse beëindiging en nietigheid van de aanbodovereenkomst. De rechtbank volgt eerdere jurisprudentie van het Hof Amsterdam over de geldigheid van het Dexia Aanbod en wijst de stellingen van dwaling en misbruik van omstandigheden af. De vordering tot betaling van de hoofdsom en rente wordt toegewezen, maar de buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van daadwerkelijke kosten.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 11.600,61 plus wettelijke rente vanaf 18 april 2008 en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 11.600,61 plus wettelijke rente vanaf 18 april 2008 en in de proceskosten.