ECLI:NL:RBZUT:2010:BM8905
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting effectenlease-overeenkomst en vordering tot betaling door Varde Investments
De zaak betreft een geschil tussen Varde Investments (eiseres) en een gedaagde die betwist een effectenlease-overeenkomst met Dexia te hebben gesloten. Varde vordert betaling van een openstaande schuld voortvloeiend uit deze overeenkomst, inclusief rente en kosten. De gedaagde ontkent de handtekeningen op de overeenkomst en stelt dat hij nooit een overeenkomst heeft gesloten, dat de vordering verjaard is en dat de negatieve BKR-registratie onterecht is.
De rechtbank stelt vast dat de gedaagde wel degelijk correspondentie heeft gevoerd met Dexia en dat de handtekeningen op enkele brieven van hem afkomstig zijn, waardoor zijn verweer onvoldoende onderbouwd is. De verjaring van de vordering wordt verworpen omdat de gedaagde in 2004 op de hoogte is gesteld en de dagvaarding in 2009 is uitgebracht.
De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering van Varde wordt grotendeels toegewezen tot betaling van €4.905,94 plus rente, terwijl de vordering van de gedaagde tot doorhaling van de negatieve BKR-registratie wordt afgewezen. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling aan Varde en wijst zijn vordering tot doorhaling van de BKR-registratie af.