ECLI:NL:RBZUT:2010:BN1182
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Hooft
- Van Valderen
- Kleinrensink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontucht met twee minderjarige meisjes
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes, [slachtoffer A] en [slachtoffer B], over een periode van 2005 tot 2009 in Putten.
De tenlastelegging omvatte meerdere handelingen, waaronder het binnendringen van de vagina van [slachtoffer A] met vingers en tong, en het betasten van de schaamstreek van beide meisjes. De verklaringen van de slachtoffers vormden het primaire bewijs, maar werden niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. Verdachte ontkende de feiten tijdens de zitting.
De rechtbank oordeelde dat het wettelijk bewijsminimum niet was gehaald omdat de verklaringen van de slachtoffers alleen stonden tegenover de strikte ontkenning van verdachte en geen aanvullende bewijzen aanwezig waren. De rechtbank wees het verzoek tot nadere onderzoekshandelingen af en volgde het standpunt van het openbaar ministerie dat vrijspraak passend was.
Daarom verklaarde de rechtbank de ten laste gelegde feiten niet bewezen en sprak verdachte vrij van alle beschuldigingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht met twee minderjarige meisjes.