ECLI:NL:RBZUT:2010:BN1189
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- W.M. Eijkelestam
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot toestemming voor nazenden processtuk na arrestaanvraag
In deze kortgedingprocedure vordert Devo toestemming om een faxbericht van 18 maart 2002 als nieuw bewijsmateriaal aan het gerechtshof te mogen toezenden, terwijl de procedure in hoger beroep al voor arrest staat. Devo stelt dat deze fax niet eerder was ingebracht en dat het hof hiervan kennis moet kunnen nemen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van de Gedragsregels 1992 van de Nederlandse Orde van Advocaten en het landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij gerechtshoven, nazenden van stukken na het vragen van arrest alleen is toegestaan met toestemming van de wederpartij. Deze toestemming wordt door [gedaagde] geweigerd. Bovendien bevindt de fax zich al sinds het begin in de administratie van Devo, waardoor het risico van het niet eerder indienen bij Devo ligt.
De rechter benadrukt het beginsel van 'litis finiri oportet', dat rechtsstrijd een einde moet hebben, en acht het onjuist om inbreuk op gedragsregels te faciliteren. De vordering wordt daarom afgewezen en Devo wordt veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: De vordering van Devo tot toestemming voor het nazenden van een fax aan het gerechtshof wordt afgewezen.