ECLI:NL:RBZUT:2010:BN1646
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van de Wetering
- Van der Hooft
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor bezit en deelname aan organisatie met onveraccijnsde sigaretten
De rechtbank Zutphen sprak verdachte vrij van het bezit van circa 647.600 onveraccijnsde sigaretten en deelname aan een organisatie die zich bezighield met het plegen van misdrijven rondom accijnsgoederen. Verdachte werd gelinkt aan de zaak via een vrachtbrief van een onderneming waarvan hij eigenaar was, maar ontkende betrokkenheid bij de vracht en het transport.
De rechtbank constateerde dat er geen bewijs was dat verdachte wist van de aanwezigheid van sigaretten in de bus die hij bestuurde, noch dat hij deel uitmaakte van een criminele organisatie. De vracht werd onderschept in Engeland, waar verdachte ook werd veroordeeld, maar in Nederland ontbrak het bewijs voor betrokkenheid.
De verdediging voerde aan dat de vrachtbrief gemakkelijk door anderen ingevuld kon zijn en dat verdachte geen contact had met de betrokken bedrijven. De officier van justitie concludeerde tot vrijspraak vanwege onvoldoende overtuiging.
De rechtbank volgde dit standpunt en sprak verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten, omdat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak om schuld vast te stellen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor bezit van onveraccijnsde sigaretten en deelname aan een criminele organisatie.