ECLI:NL:RBZUT:2010:BN1648
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van de Wetering
- Van der Hooft
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs deelneming aan criminele organisatie voor accijnsfraude
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van deelname aan een organisatie met als doel het plegen van misdrijven, namelijk het illegaal vervoeren van sigaretten zonder accijns. Verdachte erkende één keer sigaretten naar Engeland te hebben vervoerd op verzoek van een opdrachtgever, waarvoor hij in Engeland was veroordeeld. Hij ontkende echter verdere betrokkenheid bij de organisatie.
De officier van justitie concludeerde tot vrijspraak vanwege onvoldoende overtuigend bewijs, ondanks dat er wettig bewijs was voor het enkele transport. De verdediging betoogde eveneens dat verdachte niet deelnam aan de organisatie en dat het bewijs ontoereikend was.
De rechtbank oordeelde dat deelname aan een criminele organisatie inhoudt dat verdachte deel uitmaakt van het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen die het oogmerk van de organisatie ondersteunen. Gezien het ontbreken van bewijs voor dergelijke deelname, sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
De uitspraak werd gedaan op 20 juli 2010 door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen, waarbij de rechters Van de Wetering, Van der Hooft en Draisma het vonnis tekenden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor deelname aan een criminele organisatie.