ECLI:NL:RBZUT:2010:BN3112
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van de Wetering
- Van der Hooft
- Boerwinkel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen jegens minderjarige
Op 3 augustus 2010 heeft de rechtbank Zutphen uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen jegens een minderjarige. De tenlastelegging betrof het (meermalen) uittrekken van de broek en/of onderbroek van het slachtoffer, het betasten van diens penis en het door het slachtoffer laten betasten van de penis van verdachte.
De aangifte werd gedaan door de moeder van het slachtoffer in september 2009. De officier van justitie stelde primair voor de zaak aan te houden om een getuige te horen, maar subsidiair dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kon worden op basis van de verklaring van het slachtoffer en ondersteunende getuigenverklaringen.
De verdediging voerde aan dat de beschuldigingen niet wettig en overtuigend bewezen konden worden, omdat de belastende verklaringen uitsluitend afkomstig waren van het slachtoffer zelf en er geen getuigen waren die het verhaal konden bevestigen. De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot het horen van een getuige niet noodzakelijk was en dat het bewijs onvoldoende was omdat alle belastende verklaringen op één bron terug te voeren waren. Gezien de consequente ontkenning van verdachte sprak de rechtbank hem vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.