ECLI:NL:RBZUT:2010:BN4862
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Mei
- Kleinrensink
- Boerwinkel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzettelijke aanrijding met auto
Verdachte werd beschuldigd van het met opzet aanrijden van zijn zoon en een andere persoon met een auto, met het oogmerk hen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen of zelfs te doden. De tenlastelegging betrof incidenten op 16 en 18 september 2009 in Ulft.
De bewijsvoering bestond voornamelijk uit de aangiften van de slachtoffers en verklaringen van een getuige. De verklaringen waren echter tegenstrijdig over de herkenning van verdachte als bestuurder van de auto. De rechtbank achtte de enkele verklaringen onvoldoende overtuigend om wettig en overtuigend bewijs te vormen dat verdachte daadwerkelijk de bestuurder was.
De verdediging voerde aan dat verdachte ontkende en dat de verklaringen van de slachtoffers onbetrouwbaar waren. De rechtbank oordeelde dat de twijfel over de identiteit van de bestuurder niet kon worden weggenomen en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Daarnaast werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering omdat verdachte werd vrijgesproken. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat hij de opzettelijke aanrijdingen heeft gepleegd.