ECLI:NL:RBZUT:2010:BO0551
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Feraaune
- Borgerhoff Mulder
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijke vrijheidsberoving te Rietmolen
Op 6 februari 2010 vond te Rietmolen een incident plaats waarbij een vrouw, aangeduid als slachtoffer B, mogelijk wederrechtelijk van haar vrijheid werd beroofd. Verdachten C en B werden ervan verdacht haar samen met verdachte A te hebben vastgehouden en gedwongen, terwijl verdachte A tevens werd verdacht van mishandeling van slachtoffer A.
De rechtbank heeft het bewijs onderzocht, waaronder verklaringen van de slachtoffers, medeverdachten en getuigen, alsmede sms-berichten die een affectieve relatie tussen verdachte A en slachtoffer B weerspiegelen. De rechtbank kon slachtoffer B niet horen, wat het reconstructieproces van de feiten bemoeilijkte.
De verklaringen van verdachte C en zijn medeverdachten waren onderling consistent en ontkenden de tenlastelegging. Slachtoffer B verklaarde bij de politie dat zij op meerdere momenten alleen was geweest, wat de rechtbank aanleiding gaf te twijfelen aan de stelling van vrijheidsberoving.
De officier van justitie had geconcludeerd tot bewezenverklaring, gesteund op verklaringen en proces-verbaal van bevindingen. De verdediging voerde onder meer aan dat er geen sprake was van een vooropgezet plan en dat de verklaringen zonder tolk met reserves moesten worden bezien.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte C te veroordelen voor vrijheidsberoving en sprak hem vrij. Verdachte A werd wel veroordeeld voor eenvoudige mishandeling en kreeg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één maand opgelegd.
Uitkomst: Verdachte C en B vrijgesproken van vrijheidsberoving wegens onvoldoende bewijs; verdachte A veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voor eenvoudige mishandeling.