ECLI:NL:RBZUT:2010:BO1698
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederen en lijfrentepolis bij echtscheiding met toepassing artikel 1:94 BW
De rechtbank Zutphen behandelde een geschil tussen partijen over de verdeling van huwelijksgoederen na echtscheiding, waaronder opnamekosten, inboedel en een lijfrentepolis. De echtscheiding werd uitgesproken en afspraken over levensonderhoud en gebruik woning werden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat opnamekosten van een kliniek na de peildatum voor rekening van de man komen. De verdeling van de inboedel liep vast op een staand horloge, dat aan de vrouw werd toegewezen omdat het uit haar eerdere huwelijk afkomstig was en in de gemeenschap viel. De overige inboedel werd aan de man toegewezen zonder verrekening.
Betreffende de lijfrentepolis, aangekocht met een ontslagvergoeding, stelde de rechtbank dat deze niet valt onder de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Gelet op jurisprudentie en maatschappelijke opvattingen werd geoordeeld dat de polis vanwege verknochtheid buiten de gemeenschap valt, omdat deze dient ter aanvulling van toekomstige pensioenopbouw.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw tot verdeling van de lijfrentepolis af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de opnamekosten toe aan de man, deelt de inboedel tussen partijen en verklaart de lijfrentepolis buiten de gemeenschap van goederen wegens verknochtheid.