ECLI:NL:RBZUT:2010:BO1758
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Davids
- Van der Hooft
- Prisse
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor langdurig en veelvuldig ontucht plegen met minderjarige neefjes
De rechtbank Zutphen heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van ontucht met twee minderjarige neefjes gedurende de periode van 1993 tot 2003. De feiten betroffen het betasten van de blote billen en geslachtsdelen van de slachtoffers, die aan zijn zorg en waakzaamheid waren toevertrouwd tijdens logeerpartijen bij verdachte thuis.
Het bewijs bestond uit de aangifte van het eerste slachtoffer, de getuigenverklaring van het tweede slachtoffer, en bekennende verklaringen van verdachte zowel bij de politie als ter terechtzitting. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van drie jaar geëist, waarvan één jaar voorwaardelijk. De verdediging voerde aan dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou leiden tot het faillissement van het bedrijf van verdachte en wees op een laag recidiverisico. De rechtbank legde uiteindelijk een maximale werkstraf van 240 uur op, met aftrek van tijd in verzekering, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar met een proeftijd van twee jaar.
Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst en duur van de feiten, de kwetsbare positie van de slachtoffers, de psychische gevolgen voor hen, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het ontbreken van een strafblad en het zoeken van hulp. De rechtbank benadrukte de schending van het vertrouwen door verdachte en de noodzaak om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een maximale werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar met een proeftijd van twee jaar wegens langdurig en veelvuldig ontucht plegen met minderjarige neefjes.