ECLI:NL:RBZUT:2010:BO3332
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Borgerhoff Mulder
- Van der Hooft
- Van der Mei
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf wegens mishandelingen en vernieling
Op 7 mei 2010 en 19 november 2009 pleegde verdachte meerdere mishandelingen jegens een bevriende relatie van zijn buurvrouw, het slachtoffer. De mishandelingen bestonden uit het toepassen van een wurggreep en het slaan met gebalde vuisten, waarbij het slachtoffer letsel en pijn heeft ondervonden. Tevens vernielde verdachte eigendommen van het slachtoffer, waaronder een fiets en kleding.
De rechtbank sprak verdachte vrij van poging tot doodslag omdat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte opzettelijk het leven van het slachtoffer wilde beroven. Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte de mishandelingen en vernielingen heeft gepleegd zoals ten laste gelegd.
Een psychologisch rapport concludeerde dat verdachte leed aan een depressieve stoornis met obsessief-dwangmatige trekken, waardoor de feiten hem in licht verminderde mate kunnen worden toegerekend. Gezien de ernst van de feiten, het recidiverisico en de persoonlijke omstandigheden legde de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand op met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 180 uur, met reclasseringstoezicht en behandelverplichting.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan het slachtoffer van €957,65, inclusief eigen risico en immateriële schade. De rechtbank beval ook de teruggave van in beslag genomen persoonlijke eigendommen aan verdachte.
De straf en voorwaarden zijn in overeenstemming met de aard en ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die zich bewust is van zijn onjuist handelen en inmiddels behandeling volgt.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot één maand voorwaardelijke gevangenisstraf en 180 uur werkstraf wegens mishandeling en vernieling.