ECLI:NL:RBZUT:2010:BO3746
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurder niet aansprakelijk voor inning factuur voorafgaand aan faillissement vennootschap
Eiseressen, twee besloten vennootschappen, vorderden betaling van een bedrag van €84.033,00 van de bestuurder van een holdingvennootschap die bestuurder was van de gefailleerde vennootschap. De vordering was gebaseerd op het standpunt dat de bestuurder begin januari 2010 onrechtmatig had gehandeld door betaling van een termijnfactuur te vorderen terwijl hij al op de hoogte had moeten zijn van het naderende faillissement.
De rechtbank oordeelde dat eiseressen onvoldoende feiten had gesteld om aannemelijk te maken dat de bestuurder begin januari 2010 wist of behoorde te weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen. De Beklamel-norm, die aansprakelijkheid van bestuurders regelt bij wetenschap van benadeling, was niet van toepassing omdat de feiten daarvoor ontbraken.
Voorts werd geoordeeld dat het aandringen op betaling van de factuur van 3 juli 2009, waarop reeds meerdere malen was aangedrongen en die contractueel was overeengekomen, niet onrechtmatig was, ook niet in de context van een dreigend faillissement. De afstandsverklaring die de bestuurder tekende werd niet als causaal verband met de schade aangemerkt.
De vorderingen werden afgewezen en eiseressen werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt dat de bewijslast bij de eiser ligt om concreet te stellen en te bewijzen dat de bestuurder ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
Uitkomst: De vordering tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder wegens inning van een termijnfactuur voorafgaand aan het faillissement wordt afgewezen.