ECLI:NL:RBZUT:2010:BO4174
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verschoning rechter wegens vermeende partijdigheid
In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Zutphen een verzoek ingediend om zich te mogen verschonen van verdere behandeling van een civiele procedure tussen M’Dad BV en Vrijheid Apeldoorn c.s. Dit verzoek was ingegeven door een fax van de advocaat van Vrijheid Apeldoorn c.s., waarin werd gesteld dat er in een eerdere zaak in 2002 sprake was van vermeende vooringenomenheid van de rechter.
De rechtbank stelt vast dat deze fax niet kan worden gekwalificeerd als een wrakingsverzoek en dat er geen melding wordt gemaakt van partijdigheid in de huidige zaak. De rechter meent dat door de inhoud van de fax de schijn van partijdigheid kan ontstaan bij de in het ongelijk gestelde partij, waardoor hij zich niet vrij voelt om de zaak verder te behandelen.
De rechtbank beoordeelt het verzoek op grond van artikel 40 Rv Pro in verbinding met artikel 36 Rv Pro en stelt dat het verzoek onvoldoende feiten of omstandigheden bevat die een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid opleveren. De veronderstelling dat de in het ongelijk gestelde partij mogelijk de uitkomst van het vonnis beïnvloed door de fax, is onvoldoende om het verzoek toe te wijzen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot verschoning af en bepaalt dat de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het verzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.