ECLI:NL:RBZUT:2010:BO4436
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid incidentele vordering tot benoeming deskundige in civiele procedure
In deze civiele procedure vordert de man incidenteel de benoeming van een deskundige om een rapport uit te brengen over zijn persoonlijkheid, geestesstoornis en de invloed daarvan op zijn wilsvorming tijdens de comparitie. Hij stelt dat hij ten tijde van de comparitie niet in staat was zijn wil te bepalen en dat de overeenkomst vernietigd moet worden.
De vrouw betwist de ontvankelijkheid van deze vordering en voert aan dat de man zijn mogelijkheid tot het nemen van een antwoordakte niet heeft benut, dat de zaak is uitgeprocedeerd en dat het incident strijdig is met de goede procesorde. Tevens wijst zij op het ontbreken van belang en de onnodige vertraging en kosten.
De rechtbank oordeelt dat de incidentele vordering niet de juiste procedure is voor het verzoek tot benoeming van een deskundige en dat de man niet-ontvankelijk is. De man had zijn verzoek tijdig in de hoofdzaak moeten indienen. Er is geen concrete medische onderbouwing dat hij ten tijde van de comparitie niet wilsbekwaam was. De procedure wordt hervat met een termijn voor de man om een antwoordakte te nemen zonder verdere uitstel. De kosten van het incident worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn incidentele vordering tot benoeming van een deskundige.