ECLI:NL:RBZUT:2010:BQ0546
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- G. Vrieze
- Rechtspraak.nl
Vordering tot levering en waardering vormerkingsrecht bij dubbele koopovereenkomst onroerend goed
In deze zaak gaat het om een geschil tussen twee partijen die elk een koopovereenkomst sloten met dezelfde verkoper over hetzelfde perceel grond. De eerste overeenkomst werd gesloten in 2004 tussen de verkoper en [gedaagde sub 2], waarbij een inspanningsverplichting was opgenomen voor het verkrijgen van een onherroepelijke woonbestemming. De tweede overeenkomst werd in 2010 gesloten tussen de verkoper en [eiseres], die vervolgens een vormerkingsrecht inschreef in het kadaster.
De rechtbank stelt vast dat de overeenkomst tussen de verkoper en [gedaagde sub 2] nog steeds geldt, ondanks dat levering niet heeft plaatsgevonden vanwege wanprestatie van de verkoper. De tweede koper, [eiseres], was op het moment van inschrijving van de vormerkingsakte op de hoogte van de eerdere overeenkomst en de rechten van [gedaagde sub 2]. Hierdoor kan zij zich niet met succes beroepen op haar vormerkingsrecht tegen [gedaagde sub 2].
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen van [eiseres] om levering af te dwingen en om de tegenmaatregelen van [gedaagde sub 2] te verbieden, moeten worden afgewezen. Ook de reconventionele vorderingen van [gedaagde sub 2] om de vormerkingsakte waardeloos te verklaren worden afgewezen wegens gebrek aan belang. Beide partijen worden veroordeeld in hun proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres tot levering en verbod op maatregelen worden afgewezen; de eerdere koopovereenkomst tussen gedaagde sub 2 en verkoper blijft gelden.