ECLI:NL:RBZUT:2011:BP2333
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verschoning rechter in civiele procedure
In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Zutphen verzocht zich te mogen verschonen van verdere behandeling van een civiele procedure tussen eiser en gedaagde. Dit verzoek volgde op het ongewild kennisnemen van een e-mail van de gedaagde, die niet aan de wederpartij was verzonden. De rechter had eerder een brief van de echtgenote van de gedaagde ontvangen, maar deze direct teruggestuurd zonder de inhoud te lezen.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 40 Rv Pro in verbinding met artikel 36 Rv Pro, waarbij de toets is of feiten of omstandigheden de onpartijdigheid van de rechter kunnen schaden of de schijn daarvan objectief gerechtvaardigd is. De rechter stelde niet dat hij niet meer onpartijdig kon zijn, maar twijfelde aan het wegnemen van de schijn van partijdigheid.
De rechtbank oordeelde dat het enkel lezen van de e-mail geen grond vormt voor verschoning, mede omdat de inhoud aan de wederpartij is doorgegeven zodat deze kan reageren. Er is geen sprake van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid of de schijn daarvan aantasten. Het verzoek tot verschoning is daarom afgewezen en de procedure wordt voortgezet zoals deze was.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.