ECLI:NL:RBZUT:2011:BP3525
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming en huurachterstand bedrijfspand wegens aannemelijke huurovereenkomst
Eisers, eigenaar van een bedrijfspand, vorderden in kort geding de ontruiming van het pand door gedaagde, die het pand gebruikte onder de naam van een vennootschap onder firma (vof) die het bedrijf had overgenomen. Hoewel geen schriftelijke huurovereenkomst bestond, waren er facturen op naam van de vof en huurbetalingen die door eisers waren geaccepteerd. De rechtbank achtte de huurovereenkomst daardoor voldoende aannemelijk.
Gedaagde had de huurbetalingen opgeschort wegens gebrekkig onderhoud, wat door eisers onvoldoende was weersproken. De rechtbank oordeelde dat de vordering tot betaling van achterstallige huurpenningen en ontbinding van de huurovereenkomst daarom niet voor toewijzing in kort geding in aanmerking kwam. Ook de vordering tot voorschot op schadevergoeding wegens gemiste huurinkomsten werd afgewezen omdat sprake was van een huurder.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van eisers af en veroordeelde hen in de proceskosten, waarbij het vonnis uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard. De uitspraak bevestigt het belang van feitelijke gedragingen en betalingsgeschiedenis bij het aannemen van een huurovereenkomst, ook zonder schriftelijke vastlegging.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming, schadevergoeding en ontbinding worden afgewezen; eisers worden veroordeeld in de proceskosten.