ECLI:NL:RBZUT:2011:BP5336
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Borgerhoff Mulder
- Kleinrensink
- Troost
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit werkzaamheden in hennepkwekerij
De rechtbank Zutphen heeft op 22 februari 2011 uitspraak gedaan in een zaak betreffende ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Veroordeelde was eerder veroordeeld voor medeplegen van verboden handelen volgens de Opiumwet. De ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie betrof een bedrag van €43.527, maar werd ter zitting verminderd tot €1.125.
De rechtbank baseerde haar vaststelling op verklaringen en proces-verbalen waaruit bleek dat veroordeelde gedurende zes weken ongeveer 2,5 dag per week, vijf uur per dag, werkzaamheden verrichtte in een hennepkwekerij tegen een uurloon van €15. Dit leidde tot een berekening van 75 uren werk en een wederrechtelijk voordeel van €1.125.
De verdediging voerde een draagkrachtverweer aan, stellende dat veroordeelde geen vermogen of inkomsten heeft en het voordeel is besteed aan huurkosten. De rechtbank verwierp dit verweer omdat niet aannemelijk was dat veroordeelde in de toekomst geen inkomsten zou kunnen genereren.
De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op het vastgestelde bedrag van €1.125 aan de Staat te betalen. De beslissing is genomen met toepassing van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht het wederrechtelijk verkregen voordeel van €1.125 aan de Staat te betalen.