ECLI:NL:RBZUT:2011:BP7059
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Gilhuis
- Borgerhoff Mulder
- Van der Hooft
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting in personeelskantine hotel
Op 28 februari 2009 werd verdachte beschuldigd van verkrachting van het slachtoffer in de personeelskantine van een hotel te Beekbergen. Het slachtoffer deed kort na het incident aangifte, waarbij hij aangaf door verdachte met geweld te zijn gedwongen tot seksuele handelingen. Het Openbaar Ministerie vorderde bewezenverklaring van het ten laste gelegde.
De rechtbank constateerde echter dat de verklaringen van zowel het slachtoffer als verdachte inconsistenties bevatten. Verdachte ontkende aanvankelijk het seksueel contact, maar gaf dit later toe. Getuigenverklaringen en technisch bewijs, zoals de aanwezigheid van zeepsop bij het slachtoffer, ondersteunden deels de aangifte. Tegelijkertijd waren er aanwijzingen die de geloofwaardigheid van het slachtoffer ondermijnden.
Gezien de onduidelijkheid over de exacte toedracht en het ontbreken van onomstotelijk bewijs achtte de rechtbank verkrachting niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte werd daarom vrijgesproken. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard wegens de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van verkrachting.