ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ0128
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- Ouweneel
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolging aanranding wegens verjaring en vrijspraak verkrachting
De rechtbank Zutphen behandelde op 22 maart 2011 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van verkrachting en aanranding van zijn zus in de periode van 1994 tot 1995. De tenlastelegging omvatte meerdere vormen van seksueel misbruik met geweld en bedreiging.
De verdediging voerde primair niet-ontvankelijkheid in verband met overschrijding van de redelijke termijn aan voor de verkrachtingsaanklacht, en subsidiair vrijspraak wegens gebrek aan bewijs. Voor de aanranding werd verjaring als verweer gevoerd. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat de redelijke termijn slechts tot strafvermindering leidt en dat de aanranding verjaard is.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het slachtoffer onvoldoende was om de verkrachting bewezen te verklaren en sprak verdachte vrij. Voor de aanranding werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring, aangezien de vervolging pas na twaalf jaar werd ingesteld. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel werd opgelegd.
De uitspraak bevestigt dat overschrijding van de redelijke termijn in deze zaak niet tot niet-ontvankelijkheid leidde, maar verjaring bij aanranding wel. De benadeelde kan haar schadevordering alleen civielrechtelijk afdwingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting en vervolging wegens aanranding wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring.