ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ0941
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Heenk
- Van der Hooft
- Van de Wetering
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid op de werkvloer
De rechtbank Zutphen heeft op 12 april 2011 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van feitelijke aanranding van de eerbaarheid van een collega, gepleegd in de periode van 8 september tot en met 2 oktober 2009 te Apeldoorn. Het slachtoffer verklaarde dat verdachte haar herhaaldelijk ongewenst had betast en gekust, ondanks haar protesten. Diverse getuigen bevestigden deze verklaringen, waaronder collega’s en de werkgever.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte het ten laste gelegde niet had gepleegd, dat verklaringen van getuigen niet als bewijs konden dienen vanwege vertrouwelijkheid, en dat er sprake zou zijn van een complot om verdachte te ontslaan. De rechtbank verwierp deze verweren na een zorgvuldige bewijswaardering, waarbij ook werd vastgesteld dat verdachte zelf had toegegeven een kus te hebben gegeven.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit had begaan en kwalificeerde dit als feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd. Gelet op de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, en het feit dat hij niet eerder was veroordeeld, legde de rechtbank een werkstraf van 80 uur op met een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met een proeftijd van twee jaar. De gevangenisstraf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij verdachte binnen die periode opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid.