ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ1372
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Mei
- Kleinrensink
- Davids
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging tot aanranding in Doetinchem
Op 15 april 2011 heeft de rechtbank Zutphen uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van poging tot aanranding op of omstreeks 6 mei 2010 te Doetinchem. De tenlastelegging betrof het dwingen van het slachtoffer tot ontuchtige handelingen en het tonen van zijn blote penis.
De officier van justitie baseerde het bewijs op de aangifte van het slachtoffer, ondersteunende verklaringen van meerdere getuigen en verklaringen van verdachte tegenover zijn bedrijfsleider. Het slachtoffer had haar verhaal consistent verteld en was emotioneel geraakt. Verdachte had sms-berichten gestuurd naar het slachtoffer en een getuige.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende wettig bewijs was en dat de verklaringen tegenstrijdig waren. De rechtbank oordeelde dat geen van de getuigen uit eigen waarneming kon verklaren en dat direct bewijs ontbrak. Ook de verklaring van verdachte over de koppeling met het slachtoffer werd onvoldoende geacht.
De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig bewijs. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De benadeelde partij kan haar vordering alleen bij de burgerlijke rechter indienen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor poging tot aanranding.