ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ5768
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Valderen
- Prisse
- Follender Grossfeld
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na oplichting en verduistering
De rechtbank Zutphen heeft in deze strafzaak geoordeeld over de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die was veroordeeld voor meerdere feiten van oplichting, verduistering, witwassen en het doen van onjuiste belastingaangifte. Het Openbaar Ministerie vorderde aanvankelijk €953.000,-, later verminderd tot €916.177,80. De verdediging stelde dat het voordeel lager was en dat niet het gehele bedrag aan veroordeelde persoonlijk kon worden toegerekend.
De rechtbank nam als uitgangspunt de ontnemingsrapportage en oordeelde dat het volledige bedrag, dat op de rekening van een vennootschap was gestort, in feite aan veroordeelde als privépersoon toekwam, omdat hij als directeur-grootaandeelhouder volledige zeggenschap had en de gelden voor privédoeleinden gebruikte. Kosten ter voltooiing van de delicten werden in mindering gebracht.
De rechtbank wees het verweer van de verdediging af dat de terugbetalingsverplichting op nihil of aanzienlijk lager moest worden gesteld wegens faillissement en beperkte draagkracht. Gezien de leeftijd van veroordeelde en de mogelijkheid tot toekomstige inkomsten achtte de rechtbank matiging niet op zijn plaats.
De rechtbank legde veroordeelde daarom op om €916.177,80 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis werd uitgesproken op 24 mei 2011 door de meervoudige kamer voor strafzaken.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €916.177,80 te betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.