ECLI:NL:RBZUT:2011:BR0259
Rechtbank Zutphen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Loonvordering wegens onrechtmatige opzegging tijdens ziekte en situatieve arbeidsongeschiktheid
Eiseres, sinds 1997 in dienst bij de werkgever, is sinds november 2009 arbeidsongeschikt. De bedrijfsarts constateerde in oktober 2010 dat medische beperkingen waren afgenomen, maar werkhervatting in eigen functie haar gezondheid negatief zou beïnvloeden, wat duidt op situatieve arbeidsongeschiktheid. De werkgever vroeg in februari 2011 ontslag aan wegens een ernstig verstoorde arbeidsrelatie, waarna de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2011 werd opgezegd.
Eiseres vordert in kort geding loonbetaling tot het einde van de ziekteperiode (104 weken), stellende dat de opzegging in strijd is met het opzegverbod tijdens ziekte (artikel 7:670 BW Pro). De werkgever betwist dat situatieve arbeidsongeschiktheid onder het ziektebegrip valt en voert aan dat eiseres onvoldoende meewerkte aan re-integratie, onder meer door het afwijzen van mediation en het niet aangaan van detachering.
De kantonrechter overweegt dat het ziektebegrip in artikel 7:670 BW Pro breder is dan in artikel 7:628 BW Pro en dat situatieve arbeidsongeschiktheid, gelet op jurisprudentie en medische beoordeling, onder het ziektebegrip kan vallen. Voorshands is aannemelijk dat de opzegging onrechtmatig is. Ook is onvoldoende gebleken dat eiseres niet meewerkte aan re-integratie. Het mediationaanbod werd terecht afgewezen wegens psychische ongeschiktheid. De vordering tot loonbetaling wordt daarom toegewezen tot het moment van rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, uiterlijk tot 4 november 2011.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon tijdens ziekte tot rechtsgeldige beëindiging arbeidsovereenkomst.