ECLI:NL:RBZUT:2011:BR0269
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onredelijk bezwarend beding bij tussentijdse beëindiging studieovereenkomst NCOI
De zaak betreft een geschil tussen NCOI Opleidingsgroep B.V. en een student die zijn driejarige HBO Bachelor Bedrijfskunde-opleiding tussentijds heeft beëindigd. NCOI vordert betaling van het volledige cursusgeld vermeerderd met rente en incassokosten, gebaseerd op haar algemene voorwaarden die stellen dat bij tussentijdse beëindiging het volledige bedrag verschuldigd blijft.
De student betwist de hoogte van de factuur en stelt dat hij de studie wilde opschorten, maar door onduidelijke communicatie is gestopt. Hij voert aan dat het beding onredelijk bezwarend is en dat NCOI onvoldoende inzicht geeft in de verhouding tussen de gevorderde som en het daadwerkelijke verlies of gederfde winst.
De rechtbank overweegt dat het beding vermoed onredelijk bezwarend is op grond van artikel 6:237 BW Pro, omdat het de student verplicht het volledige bedrag te betalen bij tussentijdse beëindiging, tenzij sprake is van een redelijke vergoeding. Omdat NCOI niet heeft toegelicht hoe het gevorderde bedrag zich verhoudt tot haar schade, wordt de zaak aangehouden zodat NCOI dit kan doen. De verdere beslissing wordt uitgesteld.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en geeft NCOI gelegenheid tot nadere toelichting over de redelijkheid van de gevorderde vergoeding.