ECLI:NL:RBZUT:2011:BR1298
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van de Wetering
- Gilhuis
- Borgerhoff Mulder
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van dood door schuld van zijn zoon wegens onvoldoende bewijs mishandeling
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak van een verdachte die werd verdacht van dood door schuld van zijn zoon, die in 2008 overleed aan hersenbloedingen en hersenschade. Twee deskundigen stelden tegengestelde oorzaken vast: de ene deskundige concludeerde dat de dood het gevolg was van een traumatisch acceleratie-deceleratietrauma door mishandeling, terwijl de andere deskundige een natuurlijke doodsoorzaak aannemelijk achtte door chronische subdurale bloedingen gerelateerd aan geboorte.
Tijdens het onderzoek bleek uit het dossier dat er al kort na de geboorte symptomen waren die duidden op hersenproblemen, en dat de ouders zich hierover zorgen maakten en dit ook aan artsen meldden. Verdachte ontkende mishandeling en er waren geen belastende verklaringen tegen hem. De rechtbank oordeelde dat het alternatieve scenario van een natuurlijke dood door sluipende hersenbloeding voldoende onderbouwd was en dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte schuld had aan het overlijden.
De rechtbank merkte ook op dat verdachte bij het eerste verhoor geen raadslid ter beschikking had gehad, wat nadelig was, maar dit veranderde niets aan de vrijspraak. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs dat hij het tenlastegelegde had begaan.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij zijn zoon heeft mishandeld en daardoor de dood heeft veroorzaakt.