ECLI:NL:RBZUT:2011:BR4692
Rechtbank Zutphen
- Wraking
- J.B. de Groot
- G. Vrieze
- M.C.J. Heessels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens ontbreken schijn van partijdigheid bij vraag over boetebeding
In deze civiele wrakingsprocedure verzochten [verzoekers] de wraking van mr. Boerwinkel, rechter in de zaak tussen Roderlo Invest B.V. en [verzoekers]. De aanleiding was een vraag van mr. Boerwinkel tijdens een comparitie over de reden van opname van een boetebeding in de overeenkomst, welke vraag door [verzoekers] niet werd beantwoord op advies van hun advocaat.
Het wrakingsverzoek stelde dat mr. Boerwinkel de schijn van partijdigheid wekte door actief te zoeken naar feiten die slechts in het belang van Roderlo konden zijn, en daarmee feitelijk de belangen van Roderlo behartigde. De rechtbank onderzocht of deze gedragingen uitzonderlijke omstandigheden vormden die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleverden.
De rechtbank oordeelde dat het stellen van vragen over de beweegredenen van het boetebeding binnen de grenzen van de rechtstrijd viel, mede omdat Roderlo zelf het boetebeding aanvoerde en het debat hierover opende. Ook werd vastgesteld dat het de taak van de rechter is partijen te wijzen op mogelijke gevolgen van het weigeren van antwoorden. De schijn van partijdigheid was volgens de rechtbank niet objectief gerechtvaardigd, mede gelet op de neutrale toeschouwer.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet in de stand waarin zij zich bevond. De beschikking werd uitgesproken door mr. J.B. de Groot, mr. G. Vrieze en mr. M.C.J. Heessels op 26 juli 2011.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Boerwinkel wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.