ECLI:NL:RBZUT:2011:BR4864
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over derdenbeding en betaling contant bedrag bij koop woning
In deze civiele zaak stond een geschil centraal over de koop van een woning en de daarbij behorende betaling van een contant bedrag van €60.000,00 naast de koopprijs van €284.000,00. De eiseres had de koopovereenkomst getekend, maar was niet op de hoogte van een eerdere overeenkomst tussen haar echtgenoot en de verkoper waarin dit bedrag was afgesproken als commissie of aanvullende betaling. De verkoper weigerde de woning te leveren zolang het contante bedrag niet werd voldaan.
De rechtbank oordeelde dat het beding in de eerdere overeenkomst een derdenbeding was dat door eiseres was aanvaard, waardoor zij partij werd bij de koopovereenkomst inclusief de verplichting tot betaling van het contante bedrag. De stelling van eiseres dat zij dit bedrag niet verschuldigd was, werd niet bewezen. De weigering van de verkoper om te leveren was gerechtvaardigd op grond van opschorting.
De vorderingen van eiseres tot terugbetaling van het contante bedrag, de overdrachtsbelasting en een boete werden afgewezen. Ook de vordering van de verkoper tot betaling van een gebruiksvergoeding en buitengerechtelijke kosten werden grotendeels toegewezen, met een matiging van de kosten. De proceskosten werden deels gecompenseerd. Het vonnis werd uitgesproken door rechter Strens-Meulemeester.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af en veroordeelt haar in de proceskosten, terwijl een deel van de vorderingen van gedaagden in reconventie wordt toegewezen.