ECLI:NL:RBZUT:2011:BR6824

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
6 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/850002-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Van Valderen
  • Gilhuis
  • Ouweneel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 SrArt. 246 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak instructeur sportschool wegens gebrek aan bewijs ontuchtige handelingen

De rechtbank Zutphen behandelde een zaak waarin een sportinstructeur werd beschuldigd van ontuchtige handelingen tijdens een introductieles aan een cliënt. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van verkrachting gebaseerd op de aangifte van het slachtoffer en ondersteunend bewijs zoals werkroosters en signalementen. De verdachte ontkende de feiten en kon zich de les niet herinneren.

Tijdens de zitting bleek dat behalve de aangifte geen direct bewijs bestond dat de beschuldigingen ondersteunde. Getuigenverklaringen waren van horen zeggen en niet zelfstandig belastend. De verdachte gaf vreemde reacties tijdens gesprekken en verhoren, maar dit was onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.

De rechtbank oordeelde dat het bewijs ontoereikend was om schuld vast te stellen en sprak de verdachte vrij. De vordering tot schadevergoeding van € 2.500 van het slachtoffer werd afgewezen wegens de vrijspraak.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor ontuchtige handelingen.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Straf
Meervoudige kamer
Parketnummer: 06/850002-11
Uitspraak d.d.: 6 september 2011
Tegenspraak
VONNIS
in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren te [plaats op 1987],
wonende te [plaats, adres].
Raadsman: P. Buikes, advocaat te Apeldoorn
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
23 augustus 2011.
De tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 08 september 2010 te Apeldoorn, in ieder geval in
Nederland,
door één of meerdere feitelijkheden,
[slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige
handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel
binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],
te weten het brengen van één of meerdere van zijn vingers in haar vagina,
en bestaande die feitelijkheid/feitelijkheden er in dat
- verdachte als sportinstructeur in een sportschool werkzaam was terwijl die
[slachtoffer] daar als cliënt bij hem een introductieles volgde en/of
- verdachte die [slachtoffer] heeft meegenomen naar een dichte en/of afgesloten
ruimte en/of
- verdachte het vervolgens tegenover die [slachtoffer] heeft doen voorkomen alsof
hij enkele medische onderzoekshandelingen (naar haar buik- en/of
heupspieren) bij haar wilde verrichten en/of
- verdachte vervolgens onverhoeds zijn hand in de onderbroek van die [slachtoffer]
heeft gebracht;
art 242 Wetboek Pro van Strafrecht
ALTHANS, dat
hij op of omstreeks 08 september 2010 te Apeldoorn, in ieder geval in
Nederland,
door één of meerdere feitelijkheden,
[slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige
handeling(en),
te weten het betasten van haar vagina,
en bestaande die feitelijkheid/feitelijkheden er in dat
- verdachte als sportinstructeur in een sportschool werkzaam was terwijl die
[slachtoffer] als cliënt bij hem een introductieles volgde en/of
- verdachte die [slachtoffer] heeft meegenomen naar een dichte en/of afgesloten
ruimte en/of
- verdachte het vervolgens tegenover die [slachtoffer] heeft doen voorkomen alsof
hij enkele medische onderzoekshandelingen (naar haar buik- en/of
heupspieren) bij haar wilde verrichten en/of
- verdachte vervolgens onverhoeds zijn hand in de onderbroek van die [slachtoffer]
heeft gebracht.
art 246 Wetboek Pro van Strafrecht
Overwegingen ten aanzien van het bewijs1
Aanleiding van het onderzoek
Er is op 15 september 2010 een informatief gesprek gehouden met de latere aangeefster [slachtoffer], hetgeen ertoe heeft geleid dat zij vervolgens aangifte heeft gedaan tegen verdachte. Tijdens een introductie/instructieles bij een sportschool zou een sportinstructeur tot twee keer toe een lichamelijk onderzoek bij aangeefster hebben gedaan, waarbij hij tijdens het tweede onderzoek met zijn vingers in haar vagina zou zijn gegaan. Nadat er een vervolgonderzoek is gehouden, is verdachte op 30 november 2010 aangehouden en in verzekering gesteld.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde (verkrachting). De officier van justitie baseert de bewezenverklaring op de aangifte van [slachtoffer]. Details van haar verklaring vinden steun in ander bewijs, namelijk:
- het werkrooster, waaruit blijkt dat verdachte die avond heeft gewerkt;
- het intakeformulier dat door verdachte over aangeefster is opgemaakt;
- het door aangeefster gegeven signalement van de medewerker komt overeen met het signalement van verdachte en niet met een andere medewerker die de betreffende avond in de sportschool werkzaam was.
Verder steunbewijs is de vreemde reactie die de verdachte heeft gegeven tijdens het gesprek met de managers van de sportschool en zijn vreemde reactie tijdens het verhoor bij de politie. Verdachte kan zich tijdens dat gesprek en tijdens de verhoren bij de politie niet herinneren dat hij aangeefster heeft begeleid. Het komt ongeloofwaardig over dat verdachte zich niet meer kan herinneren dat hij aangeefster een instructieles heeft gegeven en dat hij tijdens die les met aangeefster heeft gesproken over de operatie die zij had ondergaan en dat zij het daarom rustig aan zou moeten doen.
Standpunt van de verdachte / de verdediging
De verdachte heeft ontkend het ten laste gelegde te hebben gepleegd. Hij kan zich niet herinneren dat hij aangeefster op 8 september 2010 een introductieles gegeven heeft. De maand september is het begin van het seizoen voor de sportschool. Het is dan druk en er worden per werknemer meerdere introductielessen per avond gegeven, waardoor het voor hem moeilijk is om de personen aan wie hij een introductieles gegeven heeft te herinneren.
De raadsman heeft aangevoerd dat er zowel voor het primair als het subsidiair ten laste gelegde onvoldoende wettig bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen. Verdachte ontkent het ten laste gelegde te hebben gepleegd. Aangezien er niet veel bekend is over de psychische belemmeringen van aangeefster, is op basis van haar verklaring niet met zekerheid zeggen dat hetgeen ten laste is gelegd haar ook is overkomen. Indien haar dit wel zou zijn overkomen, zou dit wellicht op een ander moment zijn geweest en gepleegd zijn door een ander dan verdachte. Om hierover te kunnen oordelen zou er nader onderzoek gedaan moeten worden. De raadsman heeft geconcludeerd tot algehele vrijspraak.
Beoordeling door de rechtbank
Tegenover de aangifte van [slachtoffer] staat de ontkennende verklaring van verdachte. Ander direct bewijs, dat de aangifte van [slachtoffer] kan ondersteunen, is niet voorhanden. De omstandigheid dat verdachte blijkens het werkrooster wel de persoon moet zijn geweest, die haar de introductieles heeft gegeven, is daartoe onvoldoende. De voor verdachte min of meer belastende verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] acht de rechtbank ook onvoldoende om aan het bewijs mede te werken, nu deze drie 'van horen zeggen' verklaringen geheel voortkomen uit hetgeen aangeefster tegen hen heeft verklaard. Bij die stand van zaken dient vrijspraak te volgen.
Vordering tot schadevergoeding
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.500,-- ingediend.
De benadeelde partij zal in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste legde.
Beslissing
De rechtbank:
* verklaart niet bewezen dat verdachte het primair en het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;
* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] in haar vordering niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door mrs. Van Valderen, voorzitter, Gilhuis en Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van
6 september 2011.
Voetnoten:
1Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer PL0620 2010137738-15, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, team recherche Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 7 december 2010