ECLI:NL:RBZUT:2011:BR6866

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
7 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
101213 - HA ZA 09-333
Instantie
Rechtbank Zutphen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering tot verbetering vonnis wegens lopende hoger beroepsprocedure over aansprakelijkheid gedaagden

De coöperatie Rabobank Graafschap-Noord verzocht de rechtbank Zutphen om verbetering van het vonnis van 18 augustus 2010, waarbij zij wilde dat niet gedaagde sub 2, maar gedaagde sub 1 veroordeeld zou worden. De rechtbank stelde vast dat de zaak inmiddels in hoger beroep was bij het gerechtshof, waarbij ook de vraag welke vennootschap veroordeeld moet worden aan de orde was.

De rechtbank gaf gedaagden de gelegenheid om zich over het verzoek uit te laten. Gedaagden stelden dat het verzoek niet verenigbaar was met de goede procesorde en dat verbetering in dit stadium van de procedure tot grote complicaties zou leiden. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen was.

Gezien het vergevorderde stadium van de hoger beroepsprocedure en het feit dat de vraag over de aansprakelijkheid van de juiste vennootschap onderwerp van hoger beroep was, wees de rechtbank het verzoek tot verbetering af om procesrechtelijke complicaties te voorkomen.

Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het vonnis wordt afgewezen vanwege het vergevorderde hoger beroep en mogelijke procesrechtelijke complicaties.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Sector Civiel – Afdeling Handel
zaaknummer / rolnummer: 101213 / HA ZA 09-333
Vonnis van 7 september 2011
in de zaak van
de coöperatie
COÖPERATIEVE RABOBANK GRAAFSCHAP-NOORD U.A.,
gevestigd te Zutphen,
eiseres,
advocaat mr. K.A.M. van Os- ten Have te Zutphen,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Gedaagde B.V. 1],
gevestigd te [plaats],
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Gedaagde B.V. 2],
gevestigd te [plaats],
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Gedaagde B.V. 3],
gevestigd te [plaats],
4. [Gedaagde 4],
wonende te [plaats],
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Gedaagde B.V. 5],
gevestigd te [plaats],
gedaagden,
advocaat mr. P.M. Leerink te Deventer.
Partijen zullen hierna de bank en [gedaagden] genoemd worden.
1. Het verzoek tot verbetering
1.1. Bij brief van 3 augustus 2011 is namens de bank de rechtbank verzocht om verbetering van het op 18 augustus 2010 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat niet gedaagde sub 2, maar gedaagde sub 1 als gedaagde wordt veroordeeld jegens de bank.
1.2. De rechtbank heeft [gedaagden] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.
Bij brief van 24 augustus 2011 heeft mr. Leerink namens [gedaagden] aan de rechtbank bericht tegen inwilliging van dat verzoek het volgende bezwaar te hebben.
Het verzoek verdraagt zich niet met de goede procesorde. Tegen het eindvonnis van 18 augustus 2010 is door beide partijen hoger beroep ingesteld. In de door [gedaagden] gestarte appelprocedure is door de bank al de memorie van antwoord genomen. In die procedure gaat het ook om de vraag welke vennootschap veroordeeld moet worden. Er is geen sprake van een fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Verbetering van het vonnis in dit stadium van de appelprocedure zal in die procedure grote complicaties met zich brengen.
2. De beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 18 augustus 2010 geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. In het onderhavige geval, waar de zaak inmiddels in hoger beroep in behandeling is bij het gerechtshof dient de rechtbank terughoudendheid te betrachten met het aanbrengen van veranderingen in het vonnis waartegen appel is ingesteld. Dat geldt temeer nu de vraag wie van gedaagden jegens de bank veroordeeld moet worden ook onderwerp van hoger beroep is, de procedure in hoger beroep zich al in een vergevorderd stadium bevindt en te voorzien is dat verbetering van het vonnis in die appelprocedure tot procesrechtelijke complicaties zal leiden.
De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1. wijst het verzoek om verbetering van het op 18 augustus 2010 tussen de bank en [gedaagden] gewezen vonnis af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 7 september 2011.