ECLI:NL:RBZUT:2011:BT1700
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanslagen verontreinigingsheffing en toekenning proceskostenvergoeding
Eiser ontving aanslagen verontreinigingsheffing over de jaren 2005 tot en met 2007, gebaseerd op een heffingsgrondslag van drie vervuilingseenheden. Eiser maakte bezwaar omdat de woning langdurig leeg stond en er geen afvalstoffen werden geloosd. Verweerder herzag de aanslagen en stelde deze bij tot één vervuilingseenheid, maar handhaafde de heffing.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat de woning niet bewoond was, niet uitsluit dat gebruik van de woonruimte plaatsvond. Echter, verweerder had onvoldoende bewijs geleverd dat er daadwerkelijk stoffen in oppervlaktewater waren geloosd. De mededeling over waterverbruik werd door eiser gemotiveerd betwist en bleek onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank stelde vast dat het belastbare feit zoals omschreven in artikel 18 van Pro de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de verordening niet was voldaan. Daarom werden de aanslagen vernietigd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, waarbij rekening werd gehouden met samenhangende zaken en de toepasselijke punten en wegingsfactoren volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: De aanslagen verontreinigingsheffing worden vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.