ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8882
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Valderen
- Van der Mei
- Ouweneel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel en mishandeling prostituee
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen drie verdachten die werden beschuldigd van mensenhandel en mishandeling van een vrouw uit Doetinchem die werkzaam was in de prostitutie. De officier van justitie stelde dat de vrouw onder dwang en geweld was gebracht om in de prostitutie te werken en dat de verdachten financieel voordeel trokken uit haar werkzaamheden. Het slachtoffer had aanvankelijk verklaard dat zij was gedwongen en mishandeld, maar kwam later onder ede terug op haar verklaringen en stelde dat zij vrijwillig in de prostitutie werkte.
De rechtbank nam de verklaringen van het slachtoffer en getuigen zorgvuldig in overweging. Hoewel er sms-berichten waren die belastend konden zijn, vond de rechtbank deze onvoldoende om dwang aan te tonen. Ook de beschuldigingen van mishandeling werden niet bewezen geacht, mede omdat het letsel niet kon worden gekoppeld aan de verdachten en het slachtoffer zelf verklaarde dat zij niet was mishandeld.
Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs en de inconsistenties in de verklaringen sprak de rechtbank de verdachten vrij van alle ten laste gelegde feiten. Tevens wees de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijke gevangenisstraf af, aangezien de feiten niet bewezen waren verklaard.
Uitkomst: De verdachten worden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor mensenhandel en mishandeling.