ECLI:NL:RBZUT:2011:BU5704
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie bodemvonnis en beoordeling zekerheidstelling in kort geding
De zaak betreft een geschil tussen een besloten vennootschap ([naam B.V.]) en een stichting derdengelden, waarbij [naam B.V.] uitvoering gaf aan werkzaamheden voor [naam]. Er was een bodemvonnis waarbij [naam] veroordeeld werd tot betaling aan [naam B.V.], maar ook een tegenvordering van [naam B.V.] aan [naam]. [naam] stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
De voorzieningenrechter had eerder bepaald dat de executie van het bodemvonnis geschorst blijft zolang het hoger beroep loopt, tenzij [naam B.V.] voldoende zekerheid stelt. De vraag was of de borgstelling die [naam2 B.V.] aanbood voldoende zekerheid bood om de executie te hervatten.
De rechtbank oordeelt dat de Stichting derdengelden niet zelfstandig kan beoordelen of de geboden zekerheid voldoende is; dit is aan de schuldenaar ([naam]). Omdat [naam] van mening is dat de borgstelling onvoldoende zekerheid biedt, mag de Stichting derdengelden het bedrag niet uitkeren aan [naam B.V.]. De vordering van [naam B.V.] wordt daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot uitkering van het bedrag wordt afgewezen vanwege de schorsing van de executie en onvoldoende zekerheid.