ECLI:NL:RBZUT:2011:BU5802
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van E-Court Services in vordering over ambtshandeling gerechtsdeurwaarder
E-Court Services vorderde een verklaring voor recht dat een oproepingsexploot door een gerechtsdeurwaarder om te verschijnen voor arbitrage bij Stichting E-Court kwalificeert als een ambtshandeling in de zin van de Gerechtsdeurwaarderswet. Deze vordering had echter geen betrekking op de rechtsverhouding tussen E-Court Services en E-Court, maar betrof een algemene vraag over de ministerieplicht van gerechtsdeurwaarders die niet direct betrokken zijn in deze procedure.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 3:302 BW Pro een verklaring voor recht alleen kan worden gegeven op vordering van een partij die direct betrokken is bij de betreffende rechtsverhouding. Omdat E-Court Services geen direct belang had en de vordering niet de rechtsverhouding tussen partijen betrof, werd zij niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank benadrukte dat een oordeel over de ministerieplicht van een gerechtsdeurwaarder alleen kan worden gegeven in een procedure waarbij een individuele gerechtsdeurwaarder die geweigerd heeft medewerking te verlenen, betrokken is. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: E-Court Services wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen over de ambtshandeling van gerechtsdeurwaarders.