ECLI:NL:RBZUT:2011:BU8779
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Hooft
- Van der Mei
- Kropman
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens drugshandel met cocaïne
De rechtbank Zutphen heeft op 20 december 2011 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, met betrekking tot handel in cocaïne.
De ontnemingsvordering van het Openbaar Ministerie bedroeg aanvankelijk €11.904, maar de rechtbank heeft deze gebaseerd op een gedetailleerde analyse van getuigenverklaringen, tapgesprekken en verklaringen van de verdachte zelf, teruggebracht tot €8.138. Hierbij werd rekening gehouden met de inkoop- en verkoophoeveelheden cocaïne, het eigen gebruik van de verdachte, en de reiskosten die hij maakte.
De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat de vordering onvoldoende was onderbouwd en stelde vast dat de verdachte gedurende een periode van zeseneenhalve maand gemiddeld 35 gram cocaïne per twee weken inkocht, waarvan 15 gram voor eigen gebruik was. De winst werd berekend op basis van het verschil tussen inkoop- en verkoopprijzen, verminderd met reiskosten.
De rechtbank legde de verplichting op aan de verdachte om het bedrag van €8.138 aan de Staat te betalen en wees een verzoek om betaling in termijnen af, verwijzend naar het Centraal Justitieel Incassobureau voor eventuele betalingsregelingen.
Uitkomst: De rechtbank legt een ontnemingsmaatregel van €8.138 op aan verdachte wegens handel in cocaïne.