ECLI:NL:RBZUT:2011:BU9363
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs in zaak wederrechtelijke vrijheidsberoving en afpersing
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving, diefstal met geweld, gijzeling en afpersing in de periode van 16 tot 17 augustus 2010 te Wehl en Laag Keppel.
De tenlastelegging betrof het samen met anderen vastbinden, bedreigen en mishandelen van slachtoffer A, het afnemen van grote geldbedragen onder geweld en bedreiging, en het dwingen van slachtoffer B tot afgifte van geld. Verdachte werd tevens verdacht van heling van geldbedragen die uit het misdrijf afkomstig zouden zijn.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte als medepleger betrokken was bij de misdrijven. Bewijs en verklaringen wezen vooral naar medeverdachten. Verdachte was niet aanwezig bij de gepleegde feiten en het geld dat bij hem werd aangetroffen kon niet met zekerheid als misdrijfopbrengst worden aangemerkt.
De rechtbank sprak verdachte vrij, bepaalde dat de valse Poolse identiteitskaart en het valse rijbewijs in beslag worden genomen en onttrokken aan het verkeer, gelastte de teruggave van €20.500 aan verdachte, en wees de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding af wegens gebrek aan bewezenverklaring.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en geld wordt aan hem teruggegeven.