ECLI:NL:RBZUT:2011:BV2329
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Zutphen bevestigt privéaansprakelijkheid bestuurders voor scheepshypotheek
In deze zaak staat centraal of de bestuurders van een stichting zich persoonlijk hebben verbonden voor twee scheepshypotheken verstrekt door een financieringsmaatschappij. De bestuurders stelden dat zij slechts namens de stichting handelden en dat zij niet in privé aansprakelijk konden worden gesteld. Tevens voerden zij aan dat de financieringsmaatschappij haar zorgplicht had geschonden door hen niet adequaat te informeren over de risico’s en door onzorgvuldig te handelen bij opeising van het krediet.
De rechtbank oordeelde dat uit de hypotheekakten en kredietovereenkomsten blijkt dat de bestuurders zich wel degelijk persoonlijk hebben verbonden. De stichting wordt in de overeenkomsten niet genoemd en de inkomensgegevens zijn in privé verstrekt, wat aangeeft dat de kredietverstrekking op persoonlijke titel plaatsvond. Het beroep op schending van de zorgplicht werd afgewezen omdat de stellingen onvoldoende waren onderbouwd en geen causaal verband was aangetoond.
Verder werd het beroep op verjaring verworpen omdat de vordering pas in 2010 opeisbaar werd. De vordering tot opheffing van het beslag werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de bestuurders. De rechtbank veroordeelde de bestuurders hoofdelijk tot betaling van ruim € 248.000,- plus rente en proceskosten, en wees de reconventionele vorderingen af.
Uitkomst: Bestuurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 248.978,64 plus rente en proceskosten.