ECLI:NL:RBZUT:2012:BU9878
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kropman
- Kleinrensink
- Ouweneel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen in pretpark
Op 9 juli 2010 werden twee minderjarige meisjes in een pretpark in Apeldoorn slachtoffer van ontuchtige handelingen. Verdachte werd ervan beschuldigd deze handelingen te hebben verricht. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring op basis van verklaringen van de slachtoffers.
Verdachte ontkende de feiten en verwees naar een half uur durende lunchpauze rond het tijdstip van de feiten, waarbij niet is onderzocht of een andere medewerker de handelingen heeft gepleegd. De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaringen van de slachtoffers betrouwbaar en consistent waren, er onvoldoende bewijs was dat verdachte de dader was.
De beschrijvingen van de dader waren algemeen en konden ook op andere medewerkers van het pretpark slaan. Verdachte verklaarde de regels te hebben gevolgd en ontkende stellig de tenlastelegging. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.