ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2116
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.M.A.G. van Valderen
- K.H.A. Heenk
- S.W. Knoop
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel en kinderporno na onrechtmatig binnentreden
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensenhandel ten opzichte van twee slachtoffers en het bezit van kinderporno. De tenlastelegging betrof onder meer het werven, vervoeren en uitbuiten van slachtoffers met het oogmerk seksuele uitbuiting, en het bezit van kinderpornografische afbeeldingen.
Tijdens het onderzoek bleek dat de verbalisanten bij het binnentreden van de woning geen legitimatie hadden getoond, noch het doel van het binnentreden hadden medegedeeld, wat een schending van artikel 1, eerste lid, van de Algemene Wet op het binnentreden (Awbi) opleverde. De rechtbank oordeelde dat dit vormverzuim echter geen rechtsgevolgen had omdat de verdachte niet in zijn belangen was getroffen.
De rechtbank stelde vast dat het bewijs onvoldoende was om zonder redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte het oogmerk had gehad om de slachtoffers uit te buiten zoals bedoeld in artikel 273f Sr. De verklaringen van de slachtoffers en overige bewijsmiddelen boden geen sluitend bewijs. Ook kon niet worden vastgesteld dat de aangetroffen foto's op de laptop kinderporno waren volgens artikel 240b Sr. De verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
De rechtbank gelastte de teruggave van de inbeslaggenomen laptop en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding, verwijzend naar de civiele rechter voor verdere vorderingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en schending legitimatieplicht bij binnentreden.