ECLI:NL:RBZUT:2012:BV3638
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid civiele rechter bij eiswijziging na wijziging competentiegrens in aanneming van werk
In deze zaak vordert Instore Retail Solutions B.V. (IRS) betaling van Schoorl Recreatiebouw B.V. na een overeenkomst tot aanneming van werk voor promotieactiviteiten van een recreatiepark. IRS had haar eis verlaagd van €16.996,96 naar €12.760,75, wat de rechtbank ambtshalve bracht tot een beoordeling van de bevoegdheid van de civiele sector.
De rechtbank overwoog dat op de datum van dagvaarding de kantonrechter bevoegd was voor vorderingen tot €5.000, maar dat deze grens per 1 juli 2011 was verhoogd naar €25.000. De overgangsregeling bepaalt dat reeds aanhangige zaken bij dezelfde rechter blijven, zodat de eiswijziging moet worden beoordeeld naar het oude procesrecht. Daarom blijft de civiele sector bevoegd.
Feitelijk stond vast dat een overeenkomst tot aanneming van werk bestond, met vijf onderdelen waaronder huisstijlontwikkeling. Schoorl erkende alleen opdracht voor huisstijlontwikkeling, waarvoor een vaste aanneemsom van €5.000 exclusief btw was overeengekomen. IRS stelde dat Schoorl de overeenkomst had opgezegd en dat zij recht had op betaling minus besparingen. De rechtbank stelde vast dat Schoorl €5.000 en €579,53 inclusief btw had betaald en dat geen verdere betaling verschuldigd was.
De vorderingen van IRS werden afgewezen en IRS werd veroordeeld in de proceskosten van Schoorl. Het vonnis werd gewezen door mr. T.I. Spoor en op 25 januari 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van IRS af en veroordeelt IRS in de proceskosten van Schoorl.