ECLI:NL:RBZUT:2012:BV6245
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen verhoging griffierecht na weigering toevoeging bestuurder aansprakelijkheidsstelling
In deze zaak heeft advocaat J.W. Both namens een bestuurder verzet aangetekend tegen de verhoging van het griffierecht van € 71,-- naar € 1.414,-- nadat de Raad voor Rechtsbijstand de aanvraag voor toevoeging had afgewezen. De procedure betreft een faillissementszaak waarin de curator een vordering instelde tegen een B.V., haar holding en de bestuurder wegens onbetaalde facturen en bestuurdersaansprakelijkheid.
De rechtbank overweegt dat de weigering van toevoeging niet betekent dat de bestuurder de toegang tot de rechter is onthouden, aangezien hij in de procedure is verschenen en zich heeft kunnen verdedigen. De advocaat loopt het risico het griffierecht niet te kunnen verhalen op de bestuurder, maar dit risico is volgens de wetgever bewust bij de advocaat gelegd.
De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule af en oordeelt dat de griffier terecht het volledige griffierecht heeft geheven omdat geen geldige toevoeging of inkomensverklaring was overgelegd. De vraag of de weigering van toevoeging terecht was, kan in deze procedure niet worden beoordeeld. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de verhoging van het griffierecht wordt ongegrond verklaard en het hogere griffierecht blijft van toepassing.