ECLI:NL:RBZUT:2012:BV9527
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige na ongeoorloofde overbrenging naar Nederland
De ouders oefenden gezamenlijk het gezag uit over hun minderjarige kind, dat in Portugal woonde. De moeder bracht het kind zonder toestemming van de vader over naar Nederland. De rechtbank oordeelt dat deze overbrenging ongeoorloofd was volgens het Haagse Verdrag.
De moeder voerde aan dat de vader had berust in het verblijf van het kind in Nederland en dat terugkeer het kind in een ondragelijke situatie zou brengen, met verwijzing naar weigeringsgronden van het Verdrag en internationale mensenrechtenverdragen. De rechtbank concludeert echter dat de vader niet heeft ingestemd met een definitief verblijf in Nederland en dat de moeder onvoldoende heeft onderbouwd dat terugkeer het kind zal schaden.
De rechtbank wijst de beroepen op de weigeringsgronden af en gelast de onmiddellijke terugkeer van het kind naar Portugal uiterlijk 16 april 2012. Indien de moeder weigert, wordt de afgifte van het kind aan de vader met geldige reisdocumenten bevolen, zodat hij het kind kan meenemen naar Portugal.
Uitkomst: De rechtbank gelast de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar Portugal uiterlijk 16 april 2012.