ECLI:NL:RBZUT:2012:BW5173
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kleinrensink
- Van der Hooft
- Kropman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en voorwaardelijke gevangenisstraf bij bedreigingen en vernielingen in relationele sfeer
De rechtbank Zutphen behandelde een zaak tegen verdachte wegens bedreigingen en vernielingen gericht tegen zijn echtgenote en haar nieuwe partner in de periode van februari tot juli 2011.
Verdachte bedreigde telefonisch en via voicemail meerdere malen zijn echtgenote en haar vriend met woorden als "Ik maak jullie kapot" en "Ik schiet je dood". Daarnaast pleegde hij samen met zijn stiefzoon vernielingen aan ruiten en ander eigendom van de slachtoffers. Verdachte bekende de bedreigingen en vernielingen, maar werd vrijgesproken van diefstal tussen echtgenoten omdat dit volgens artikel 316 Sr Pro niet strafbaar is.
Een gedragsdeskundig rapport concludeerde dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege een persoonlijkheidsstoornis. De rechtbank achtte een gevangenisstraf van tien maanden passend, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden zoals meldingsplicht en behandelverplichting.
De vorderingen van de benadeelden tot schadevergoeding werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en omdat deze beter bij de civiele rechter kunnen worden ingediend. De in beslag genomen telefoon van verdachte werd aan hem teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en vrijgesproken van diefstal tussen echtgenoten.