ECLI:NL:RBZUT:2012:BX0397
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt rechtmatige machtiging tot binnentreden woning voor toezicht brand- en bouwveiligheid
De zaak betreft een geschil over de rechtmatigheid van een machtiging tot binnentreden die de burgemeester van Epe heeft afgegeven aan toezichthouders om zonder toestemming van de bewoner een woning en bijbehorende gebouwen te inspecteren. De machtiging was bedoeld voor het toezicht op naleving van brand- en bouwveiligheidsvoorschriften en bestemmingsplanregels.
Eiseres, de voormalige eigenaresse van de woning, betoogde dat de machtiging onnodig was en dat het binnentreden een ernstige inbreuk op haar privacy vormde. Zij verwees ook naar de emotionele en materiële schade die zij hierdoor heeft geleden. Verweerder stelde dat inspectie noodzakelijk was om te controleren of de woning voldeed aan de geldende veiligheidsvoorschriften en dat toestemming van de bewoner niet vereist was.
De rechtbank stelde vast dat het binnentreden een inmenging in het huisrecht inhoudt, maar dat deze inmenging gerechtvaardigd was op grond van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) en de Woningwet. De rechtbank nam mee dat eiseres sinds juli 2010 niet meer eigenaar was en ook niet meer in de woning woonde, maar dat dit het procesbelang niet uitsloot. De rechtbank concludeerde dat de machtiging terecht was verleend en dat het beroep ongegrond was.
De rechtbank wees tevens op het recht op een effectief rechtsmiddel volgens het EVRM en overwoog dat een schadevergoeding kan worden toegekend bij ongerechtvaardigde huisrechtbeperking, maar dat hier geen sprake was van een dergelijke ongerechtvaardigde inbreuk. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 4 juli 2012 door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de machtiging tot binnentreden rechtmatig was verleend.