ECLI:NL:RBZUT:2012:BX4722
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing impliciete rechtskeuze Nederlands recht in civiele vordering inzake onrechtmatige daad en bestuurdersaansprakelijkheid
In deze civiele procedure vordert Ingosur c.s. betaling van openstaande bedragen en kosten van gedaagden, waaronder verschillende besloten vennootschappen en natuurlijke personen. De procedure kent een internationaal karakter doordat een van de eiseressen een Duitse rechtspersoon betreft. De rechtbank stelt vast dat partijen geen expliciete rechtskeuze hebben gemaakt, maar dat uit verwijzingen naar het Burgerlijk Wetboek en Nederlandse jurisprudentie een impliciete keuze voor Nederlands recht blijkt.
De kern van de vordering is gebaseerd op een onrechtmatige daad en bestuurdersaansprakelijkheid wegens vermeend misbruik van identiteitsverschil tussen vennootschappen en het opwerpen van een rookgordijn om verhaal te verhinderen. Ingosur c.s. beroept zich tevens op een schikkingsovereenkomst waarin VDC International en [gedaagde 5] onvoorwaardelijk erkenden de gevorderde bedragen verschuldigd te zijn.
De rechtbank wijst de vorderingen toe tegen Hoogeveense, VDC International en [gedaagde 5], inclusief wettelijke rente, beslagkosten en proceskosten. De vordering tegen [gedaagde 4] wordt afgewezen omdat de gestelde feiten onvoldoende grondslag bieden voor aansprakelijkheid. De procedure tegen VDC Groep is geschorst vanwege faillissement. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt Hoogeveense, VDC International en [gedaagde 5] hoofdelijk tot betaling van € 86.095,85 met rente en kosten, wijst de vorderingen tegen [gedaagde 4] af en schorst de procedure tegen VDC Groep wegens faillissement.