ECLI:NL:RBZUT:2012:BX6416
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Mei
- Prisse
- Kropman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht jegens minderjarige
De rechtbank Zutphen behandelde een zaak waarin een 83-jarige man werd verdacht van ontuchtige handelingen jegens een minderjarige. De tenlastelegging betrof het betasten van de schaamstreek van het slachtoffer, die destijds jonger dan zestien jaar was, in de periode van maart tot september 2009.
Hoewel de officier van justitie meende dat het feit wettig bewezen kon worden, mede op basis van de verklaring van het slachtoffer en bevestiging van enkele niet-ontuchtige gedragingen door de verdachte, oordeelde de rechtbank anders. De verdachte ontkende de ontuchtige handelingen stellig. Daarnaast vond de rechtbank het tijdsverloop tussen de vermeende feiten en de aangifte te lang, waardoor de betrouwbaarheid van de herinnering onvoldoende gewaarborgd was.
De rechtbank kwam daarom tot de conclusie dat de ontuchtige handelingen niet overtuigend waren bewezen en sprak de verdachte vrij. Tevens werd de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer niet-ontvankelijk verklaard, aangezien deze alleen bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend na vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van ontucht jegens minderjarige.