ECLI:NL:RBZUT:2012:BX7226
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mede-eigenaren autobedrijf wegens gebrek aan wettig bewijs BTW-fraude
De rechtbank Zutphen behandelde de zaak tegen twee mede-eigenaren van een autobedrijf in Lochem die werden verdacht van het onjuist doen van belastingaangiften in verband met BTW-fraude. Het onderzoek richtte zich op de periode april tot en met december 2007, waarin vermoedelijk onjuiste aangiften omzetbelasting werden gedaan die leidden tot te weinig geheven belasting.
De officier van justitie concludeerde tijdens de zitting tot vrijspraak omdat er onvoldoende overtuigend bewijs was dat de verdachten wetenschap hadden van de fraude. De verdediging voerde aan dat de auto's voor marktconforme prijzen werden ingekocht en dat er geen reden was om argwaan te hebben over de handelsketen.
De rechtbank oordeelde dat de betrokkenheid van de verdachten was gebaseerd op aannames en gegevens die geen ondubbelzinnig wettig bewijs vormden. Ook de tapgesprekken konden niet overtuigend worden uitgelegd als bewijs van schuld. Gezien de redelijke handelsprijzen was er geen reden voor de verdachte om te vermoeden dat fraude werd gepleegd.
Daarom sprak de rechtbank de verdachten vrij van het ten laste gelegde. De uitspraak werd gedaan op 12 september 2012 door de meervoudige kamer van de rechtbank Zutphen.
Uitkomst: Verdachten zijn vrijgesproken wegens gebrek aan wettig bewijs van betrokkenheid bij BTW-fraude.