ECLI:NL:RBZUT:2012:BX8906
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor trapveld met hogere ballenvangers niet onrechtmatig verleend
De rechtbank Zutphen behandelde het beroep van omwonenden tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor een trapveld nabij hun woningen. Het trapveld was reeds aangelegd en de vergunning beoogde legalisatie van de bestaande situatie, met uitzondering van lichtmasten die waren ingetrokken.
De rechtbank stelde vast dat het trapveld binnen de bestemming 'maatschappelijke doeleinden' viel en als sport- en recreatievoorziening kon worden aangemerkt. Hoewel het trapveld buiten het bouwvlak lag, was dit niet in strijd met het bestemmingsplan. Wel overschreden de ballenvangers met 5,04 meter de toegestane bouwhoogte van 2 meter. Verweerder had op grond van artikel 2.12 Wabo en artikel 5, derde lid, van de planvoorschriften een afwijkingsbevoegdheid toegepast om de vergunning toch te verlenen.
Eisers voerden geluidsoverlast aan door het gebruik van het trapveld, waaronder het trappen tegen ballen en het geluid van bezoekers. De rechtbank oordeelde dat deze overlast het gevolg was van het trapveld zelf, dat binnen het bestemmingsplan viel, en dat de overschrijding van de hoogte van de ballenvangers niet leidde tot een onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden, bebouwingsbeeld of verkeersveiligheid. De vergunningverlening was daarom rechtmatig en de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de vergunningverlening voor het trapveld met hogere ballenvangers.